In de wachtkamer bij Leyenburg

Vanmorgen moest ik naar Leyenburg, wat vroeger als bijnaam Lijkenburg had, waarom mag Joost weten. Ik op m’n fiets door ’n zonnige ochtend, met overal beelden om vast te leggen, maar ik moest eerst foto’s laten maken, en daarvoor bloedprikken. Dat had ik nog niet in ’t Nieuwe Leyenburg laten doen, en was benieuwd hoe deze dame/heer ’t er van af zou brengen.

Ik zou bij de balie wel even aangeven, dat ik moeilijk te prikken was. Ehm, Balie? Er was wel ’n balie maar er zat niemand, we wachtten geduldig, maar er stond even tevoren een apparaat om ’n nummertje te trekken.  Hoe gebruiksvriendelijk.

De wachtkamer zat al aardig vol, he was ik nou nog maar vroeger gekomen. Ik had nummer 75 en nummer 59 was binnen,… Ik zocht ’n plek om neer te vleien, en zag twee rijen bijna leeg, met aan ’t eind een zwangere mama, met kind van ’n jaar of 3 met lolly en opa.

Ma zat met haar voeten in haar schoot gevouwen, en hing voorover om op haar telefoontje te scrollen. (O)pa zat tegenover haar, met ’n telefoontje in zijn hand, ook te scrollen. Toen viel de lolly van ’t ventje, oh raap maar op, en gooi maar weg, raap maar op, en gooi ’t in de prullenbak, hier had ’t ventje duidelijk geen zin, dus stond O pa op, pakte de lolly, en bracht deze naar de prullenbak. Al gauw pakte ’t ventje ’n volgende lolly uit het plastic zakje in de kinderwagen, en stak nummer 2 in z’n bakkes. Het kind verveelde zich, en klom en klauterde op de stoelen, en onder de stoelen en oops.. daar ging nummero 2. Oh, oprapen en weggooien, oprapen en weggooien, alsof ’t kind doof was, na enige herhaling van Ma, raapte ’t menneke deze lollie op, en gooide deze netjes weg in de prullenbak, toen ging ‘ie voor lolly drie. Het was nog geen 9 uur, ik vroeg me af hoe kinderen toch aan adhd komen,… hopla nummero 3 in z’n bakkes, en ik weet niet waar hij ’t liet, maar binnen no time lag het stokje op de grond, toen herinnerde O pa hem er aan dat hij nog tictac’s had in de wagen, en liet deze zien. Nadat hij ’t stokje had weggegooid, was ’t doosje tictac al open, en zat ’t ventje die weg te kanen.

Vol ongeloof hoorde ik ’t aan. Het ventje werd alleen maar vervelender, klauterde onder de stoelen door, en er over, en de moeder maar op haar telefoontje. Kap nou, want sommigen hebben er last van, zei de moeder, ach viel iemand haar bij, een oma wellicht, hij doet toch niemand kwaad? Vol ongeloof keek ik dit tafereel aan, en dacht er ’t mijne van.

Ik was blij toen nummer 75 aan de beurt was.

 

Marjon

1-img_9483

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s